De Delftse methode is sneller
De Delftse methode is sneller, maar waarom leer je Nederlands met de Delftse methode sneller dan met een traditionele cursus?
Wat maakt het systeem zo effectief? Op welke punten verschilt het Delftse systeem van traditionele cursussen Nederlands?
Geschatte leestijd 15 minuten
Auteur: Margreet Kwakernaak –Ā Dutch for Dummies
Wat de Delftse methode sneller maakt, is de spreektijd van de studenten, de spreektijd van de docent en de rol van grammatica.
Vijf jaar geleden begon ik met lesgeven volgens de Delftse methode, maar ik heb daarvoor meer dan 40 jaar lesgegeven volgens de traditionele taalmethode. Met andere woorden, ik kan de twee methodes vergelijken!
Ik maakte in 2000 kennis met de Delftse methode. De demonstratie van een Delftse Nederlandse les was zeker indrukwekkend, maar na die demonstratie bleef ik toch op de traditionele manier lesgeven. Mijn studenten prezen me voor mijn goede uitleg van grammatica en ik hield van grammatica. Na het grammaticadeel besteedden we tijd aan het spreken van Het Nederlands.
Later, in 2019, verraste ƩƩn van mijn studenten me. Tegelijkertijd met mijn traditionele cursus, studeerde ze thuis de Delftse methode. Terwijl ze zo intensief studeerde, vond ze bovendien een baan waarin ze Nederlands kon oefenen. Ze bereikte het B2-niveau twee keer zo snel als de anderen!
Spreektijd van studenten, spreektijd van docenten en de rol van grammatica: drie essentiƫle verschillen. Die zorgen ervoor dat je met de Delftse methode zo snel Nederlands leert.
Vooraf
Voordat ik met mijn argumenten kom: ik ben niet de bedenker van de Delftse methode en ook geen specialist op dit gebied. Integendeel, ik heb meer ervaring met traditionele taalmethoden. Desondanks ben ik overgestapt op de Delftse methode.
Laat ik duidelijk zijn: de informatie in dit artikel is deels, maar niet VOOR 100% wetenschappelijk onderbouwd.Ā
Dit artikel is gebaseerd op drie bronnen. Mijn eerste bron is het boek waarin de grondleggers van de Delftse methode hun basisprincipes uitleggen. De titel is: āHoe leer je een taal? ‘ A.G. Sciarone en F. Montens, De Delftse methode. Boom, Meppel-Amsterdam,1984. Het boek is niet meer te koop.
Mijn tweede bron is een levenslange ervaring als taaldocent.
Tot slot heb ik vijf jaar ervaring met de Delftse methode. Die vijf jaar zijn mijn bewijs dat Nederlands leren met de Delftse methode sneller gaat.
Vijf jaar ervaring bewijst dat Nederlands leren met de Delftse methode sneller gaat
5 jaar ervaring met cursussen volgens de Delftse methode, is dat genoeg om er zeker van te zijn dat Nederlands leren met de Delftse methode sneller gaat? Absoluut, en hoe meer ervaring ik opdoe, hoe meer ik ervan overtuigd raak, dat deze methode effectiever is dan alle andere methodes die ik heb gebruikt.
In de afgelopen 5 jaar heb ik gemerkt dat mijn huidige studenten vloeiender Nederlands spreken dan mijn vorige studenten. De huidige studenten van SuitcaseĀ talen-studeren 4-6 uur per week Nederlands, net als de studenten van vroeger. Maar, de manier waarop de huidige studenten studeren, is anders.
Dankzij mijn enthousiasme en dat van mijn studenten is mijn Nederlandse taalschool Suitcase talen overgestapt op de Delftse methode voor alle cursussen Nederlands A1, A2 en B1.Ā
Ik ben er zo enthousiast over dat ik de kenmerken ervan graag met jullie wil delen.
Het essentiƫle verschil met een traditionele cursus: echte communicatie
Echte communicatie, dat is het eerste kenmerk dat de Delftse methode sneller maakt. De voorwaarde is dat je een Delftse cursus met conversatielessen volgt. Als je de e-learning doet maar geen conversatieles volgt, communiceer je alleen met je computer. Met andere woorden, je mist het essentiële deel!
DeĀ TUDelft, Nedles en Suitcase talen bieden cursussen aan volgens de Delftse methode. De Delftse programma’s van de TU zijn het meest intensief, gevolgd door de cursussen van Nedles. De cursussen van Suitcase talen zijn bedoeld voor mensen die overdag werken of voor kinderen zorgen.
Alle cursussen van TUDelft, Nedles en Suitcase talen omvatten conversatielessen. In die lessen spreek je Nederlands met je medestudenten.Ā
Het zijn Juist die interessante gesprekken die je gemotiveerd houden. Die motivatie heb je zeker nodig, want je moet behoorlijk hard werken om je voor te bereiden op de conversatieles.
Laten we eerst eens kijken hoe je je kunt voorbereiden op de les.
Voorbereiding voordat je begint met communiceren
Je voorbereiding kost je zeker twee uur per tekst. Gelukkig zeggen studenten dat het leuk is om met de e-learning te studeren.
Door e-learning op je computer of tablet te gebruiken, leer je ƩƩn tekst per conversatieles. Elke tekst bevat 50 nieuwe, actuele en nuttige Nederlandse woorden. Alle woorden van de Delftse methode zijn vertaald in 26 talen. Je kunt de vertaling in je eigen taal bekijken en horen door op het woord te klikken
Kortom, de voorbereiding op je Nederlandse conversatieles is een proces van luisteren, herhalen, op woorden klikken om deĀ betekenis te zien, de hele tekst begrijpen en herhalen. Na deze eerste stappenĀ ga je verder door de juiste woorden te typen in de lege plekken in de tekst. Ten slotte test je jezelf met een luistertoets.
Bij Suitcase talen heb je twee Nederlandse conversatielessen per week
Het e-learning programma van de Delftse methode is uitstekend geschikt voor zelfstudie. Je kunt er veel Nederlands mee leren, maar ƩƩn ding kan je niet doen: Je kunt geen gesprek voeren met een ander binnen een e-learning omgeving! En dat is precies waarom Suitcase talen conversatielessen aanbiedt.
Nadat je 80% goedĀ hebt gehaald voor je luistertest, ben je klaar voor je conversatieles. Deze conversatieles laat je niet alleen zien of je goed hebt gestudeerd, maar is ook jouw kans om je medestudenten te ontmoeten!
Eerst beantwoord je vragen van de docent. De vragen gaan over de tekst en de docent gebruikt alleen woorden uit de tekst. Je begrijpt de docent dus zeker.
Ten tweede voer je twee ƩƩn-op-ƩƩn-gesprekken met een medestudent, waarin je de tekst op een persoonlijkere manier bespreekt. Je praat niet alleen over het Nederlandse leven, maar ook over je eigen internationale ervaringen. De teksten gaan over het dagelijks leven, maar ook over geschiedenis en geografie van Nederland.Ā
Nederlands voor AnderstaligenĀ is daarom een goede voorbereiding op het inburgeringsexamen op niveau A2. Niet alleen voor de taalonderdelen van het examen, maar ook voor KNM, Kennis van de Nederlandse maatschappij.
de Tweede RondeĀ bereidt voor op het Inburgeringsexamen op B1. Ook dit materiaal helpt je bijĀ KNM.
Lees hier meer over in De Delftse methode en KNM.
Je conversatieles is online met Zoom, met ƩƩn of twee break-outs (ƩƩn-op-ƩƩn gesprek met een medestudent) per les.
Nederlanders spreken graag Engels
Studenten van traditionele cursussen moeten ook buiten de les Nederlands spreken, omdat er in de les niet genoeg spreektijd is. Helaas is het voor mensen die Nederlands leren lastig om buiten de les Nederlands te oefenen.
Velen van ons werken thuis. Anderen zijn moeder van jonge kinderen. Als je kinderen heel klein zijn, verlaat je het huis vooral om boodschappen te doen of naar het park te gaan. En als je dan probeert Nederlands te spreken in winkels of bij andere zeldzame gelegenheden, antwoorden Nederlanders vaak in het Engels.
Misschien kies je wel voor de Delftse methode vanwege de conversatielessen. Hoe meer Nederlands je buiten de les spreekt, hoe beter, maar met de Delftse methode spreek je sowieso meer Nederlands dan in traditionele cursussen.
Laten we nu overgaan naar het tweede punt waarop de Delftse methodeĀ verschilt van een traditionele cursus .
Kun je een taal leren zonder dat de docent de hele tijd aan het woord is? Lees alles over het tweede kenmerk van de Delftse methode.
Tweede kenmerk van de Delftse methode : spreektijd van de docent
Hoeveel praat de docent in de les?
Traditioneel gezien is de docent erg belangrijk bij het leren van een taal. Misschien was je dol opĀ je taaldocent, of misschien had je een hekel aan haar of hem. Of misschien weet je het niet meer, omdat het al lang geleden is dat je een nieuwe taal hebt geleerd. Hoe je over je docent denkt, is een persoonlijke kwestie.
Wat je ook van je taaldocent vindt, het is de taak van een docent je helpen, fouten te zien als een natuurlijk onderdeel van het leerproces, geduld met je te hebben en je niet in de steek te laten zolang je wilt leren.
En dat is precies wat de e-learning je biedt in de Delftse methode!
Woordenschat leren, luisteren, en een deel van het schrijven – dat doe je allemaal zelf met e-learning. Maar je praat niet met een andere persoon. Spreken moet in een conversatieles.
Hoewel het e-learning systeem het grootste deel van het werk van de docent heeft overgenomen, vereist de Delftse methode nog steeds een docent. En wel onder strikte regels. De conversatieles is voor de studenten. De docent begeleidt het gesprek, maar laat de studenten zoveel mogelijk aan het woord.
Strikte regels voor de docent
Wat zijn die strikte regels? Ten eerste worden in de conversatieles zowel het onderwerp als de woorden die de docent gebruikt, beperkt tot de bestudeerde tekst. De docent gebruikt de woorden en zinnen die de studenten in de e-learning hebben geleerd. De Delftse methode staat geen lange persoonlijke verhalen van leerkrachten toe – misschien een korte anekdote, als die in het thema past.
En hoe zit het met vragen? Kunnen studenten vragen stellen? Ja natuurlijk, dat kan in de laatste vijf minuten van de les. En: hoe legt de docent uit, als het een grammaticale vraag is? Volgens de Delftse methode geeft de docent voorbeelden en laat het aan de studenten over om hun eigen conclusies te trekken. Deze conclusies, vaak samengevat door de vraagsteller, kunnen de anderen enorm helpen.
Kortom: de beperkte rol van de docent is essentieel voor de Delftse methode. Waarom? Omdat de Delftse methodestudent actief is, zelf denkt en conclusies trekt. Wat je leert door persoonlijke ervaring en ontdekking, vergeet je nooit meer.
Laten we nu overgaan naar het laatste verschil tussen de Delftse methode en een traditionele cursus : grammatica. Lees verder over het derde belangrijke verschil.
Derde verschil in de Delftse methode: de rol van grammatica
Heb je je ooit afgevraagd hoe een kind de taal leert? Waarom wordt de eerste taal die je leerde je ā moedertaal ā genoemd ? Dat komt doordat je als baby de persoon die het dichtstbij was, begon na te doen – meestal je moeder. Ze gaf je te eten, waste je en kleedde je aan. Terwijl ze dit deed, keek ze naar je, lachte naar je en … praatte constant tegen je.
Je moeder sprak die speciale taal die volwassenen gebruiken om met baby’s te praten – vol tederheid en met die speciale toon die overal ter wereld wordt gebruikt. Zoals alle moeders, wilde jouw moeder dat je naar haar lachte, dus zei ze rare woordjes tegen je, in afwachting van je eerste glimlach.
Bovendien hoopten zowel je moeder als je vader dat je eerste gesproken woord ‘mama’ of ‘papa’ zou zijn. En nadat je beide woorden vaak had gehoord, imiteerde je er uiteindelijk een van. Wat was je eerste woord?
De grammaticaregels van je ouders
Hebben je ouders je ooit grammaticaregels geleerd? Weet je het nog? Nee, natuurlijk niet – dat hebben ze niet. Wat deden ze dan om je aan het praten te krijgen? Ze namen je op schoot, lazen een boek met je, wezen naar de plaatjes en zeiden het woord: ākatā, āhondā of āautoā.
Na een tijdje begon je die woorden te herhalen, terwijl je naar het plaatje wees. Op deze en andere manieren leerde je steeds meer woorden en zinnen. Je leerde geen regels, je zei gewoon na wat je hoorde.
En als je geluk had, lazen je ouders ook een verhaaltje voor bij het slapengaan.
Herinner je je nog dat je ouders je corrigeerden? Misschien noemden ze het juiste woord als het woord dat je zelf had verzonnen niet bestond. Misschien deden ze dat af en toe – en misschien hielp het. Maar zelfs als ze dat niet deden, werd je taal beter, zolang je maar anderen hoorde praten.
Grammatica in je taalleerproces
En grammatica? Praatten je ouders in het begin alleen maar over het heden en nooit over gisteren of vorige maand – omdat je de woorden en werkwoordsvormen voor de verleden tijd nog niet kende?
Nee, natuurlijk niet – onzin. Je ouders vertelden je wat ze wilden vertellen. Ze hielden er geen rekening mee welke taalregels je eerst moest leren en welke later. Ze praatten niet alleen over het heden omdat je de verleden tijd nog niet kende.
Maar dat is wel wat docenten in traditionele cursussen doen! En daarom is echte communicatie zo moeilijk in beginnerscursussen. Maandenlang vraagt een docent de student niet: ‘Heb je een leuk weekend gehad?’Ā
Een traditionele docent begint pas na zes maanden met het onderwijzen van de grammatica van de verleden tijd, ervan uitgaande dat de student niet in staat is om over het verleden te praten zonder die grammatica.
Maar hoe leer je grammatica in de Delftse methode?
Bij de Delftse methode zit de grammatica in de teksten
De Delftse methode plaatst de grammatica in de teksten. Die zit erin verborgen en alle grammaticale structuren worden steeds herhaald. Werkwoorden, meervoud, woordvolgorde en alle andere grammaticale constructies komen aan bod.
Zoals gezegd leren kinderen de taal zonder grammaticaregels. Ze leren spreken door na te doen. Kinderen ontdekken ook overeenkomsten tussen woorden en woordconstructies, en ze trekken hun eigen conclusies. Ze doen dit echter onbewust, ze ontdekken taalregels zonder de hulp van grammaticaboeken.
De grondleggers van de methode vonden dat een taal leren met de Delftse methode natuurlijk moest verlopen, net zoals kinderen leren spreken. Studenten moeten zelf overeenkomsten ontdekken en grammaticaregels afleiden uit tekst. We hebben zelfstandig grammaticaregels ontdekt toen we onze moedertaal leerden, dus we kunnen dat ook als we Nederlands als tweede taal, NT2Ā leren!
Grammatica is niet moeilijk
Dit alles verklaart waarom de Delftse methode het aantal grammaticaregels beperkt. De Delftse methode heeft een bijbehorend grammaticaboek,Ā De Delftse Grammatica.Ā Ā De ondertitel is ‘Grammatica is niet moeilijk’. Dit boek en de bijbehorende e-learning behandelen de essentiĆ«le grammatica, plus een klein aantal oefeningen.Ā
Maar de studenten die deelnamen aan de optioneleĀ grammaticamodules vanĀ Suitcase talen vroegen ons om meer oefeningen te geven en uitleg te geven – en dat hebben we gedaan. Het oefenmateriaal in die modules is samengesteld en geschreven door Margreet Kwakernaak, deels op de traditionele manier.
Er is echter ƩƩn belangrijk verschil met de meeste traditionele methoden in Margreets grammaticamodules. In sommige traditionele vind je ingewikkelde grammaticaregels met lastige vaktermen, zoals: ‘Normaal gesproken komt in de hoofdzin eerst het onderwerp en dan het gezegde. Als het onderwerp na het gezegde komt, noemen we dit inversie’.Ā Margreet Kwakernaak daarentegen geeft alleen de meest noodzakelijke regels, veel voorbeelden en gebruikt zo min mogelijk vaktaal.Ā
Laten we verdergaan naar een andere vraag gaan die je misschien hebt. Leer ik correct Nederlands spreken als ik Nederlands leer met de Delftse methode?
Hoe correct is mijn Nederlands als ik met de Delftse methodeĀ Nederlands tot niveau B1 studeer?
Het is 100% zeker dat je Nederlandse grammatica op B1-niveau nog steeds niet helemaal correct is. Op dat niveau is je taal nooit helemaal correct, ongeacht welke methode je gebruikt. Het kan jaren duren voordat je Nederlands correct is ā of het zal nooit helemaal correct zijn. Nederlands is immers niet je moedertaal!
De Delftse methode stelt dat de meeste fouten vanzelf verdwijnen, zolang je maar bewust met de taal bezig bent. Deze theorie klopt: de Delftse methode is een systeem met een wetenschappelijke basis.
40 jaar wetenschappelijk onderzoek ā de Delftse methode versnelt het leren van talen
We kijken kort naar de oorsprong en achtergrond van de Delftse methode.
In de jaren tachtig kwamen veel Chinese studenten naar de Technische Universiteit Delft voor hun technische studies. Destijds werden alle colleges in het Nederlands gegeven.
Hoe leer je Chinese studenten Nederlands op de meest efficiƫnte en snelle manier? Het vereiste taalniveau om de colleges te begrijpen en eraan deel te nemen was niveau B2. Dat kostte met de traditionele methodes minimaal een jaar voltijdstudie.
De grondleggers van de Delftse methode waren pioniers
Bondi Sciarone en zijn team van de Technische Universiteit Delft besloten e-learning te gebruiken als de meest effectieve manier om hun studenten snel Nederlands te leren.
Het team van Sciarone team experimenteerde ook met nieuwe oefeningen en functies met behulp van computerprogramma’s. Ze maakten variaties op oefeningen en vergeleken de resultaten.
Het waren pioniers, de Delftse taalkundigen – die zelf leerden programmeren. Tegenwoordig geeft de Technische Universiteit Delft jaarlijks Nederlandse les aan honderden studenten. Het team Delftse werkt daarom continu aan het bijwerken en vernieuwen van de methode. Daardoor is de Delftse-methode het meest onderzochte e-learning-systeem.
Na testen en verbeteren overtreft het e-learning systeem menselijke docenten in behulpzaamheid, geduld, goedkeuring en afkeuring zonder moreel oordeel en laat het de student nooit in de steek te – zolang de student blijft studeren.
Dat is wat e-learning doet – en als je wilt, doen jij, Margreet KwakernaakĀ en je medestudenten de rest.
Conclusie:
De Delftse methode biedt je alle mogelijkheden om snel Nederlands te leren
De methode verschilt van traditionele methoden in drie aspecten:
⢠De conversatielessen bieden ruimte voor echte communicatie
⢠de grammatica is praktisch
⢠de spreektijd van de docent is beperkt.
Ben je geĆÆnteresseerd ? Ga naar Contact Suitcase talen en vraag om een gratis telefonisch intakegesprek.
We bellen je snel terug!

Unlock your Dutch potential! Follow us on LinkedIn for insights and inspiration






